|
Tijdens de cursus etsen worden regelmatig boeken met klassieke verhalen
uit het oude
Griekenland,
Mesopotamië en Egypthe gemaakt. |
| |
Uit een verhaal wordt door
iedere cursist een versregel gekozen. Bij deze versregel wordt een ets of
linoleumsnede gemaakt. De prenten
worden tijdens de cursus door de deelnemers in een kleine oplage met de hand
gedrukt. De teksten worden op transparant papier
afgedrukt.
Aan het eind van het cursusjaar krijgt iedere cursist de serie
prenten en teksten en kan deze te laten inbinden tot een boek.
Zo heeft iedere deelnemer een boek. Eén exemplaar wordt opgenomen in de
collectie van de Openbare Bibliotheek aan het Spui te Den Haag
De
Trojaanse Oorlog
Volgens de sage werd de Trojaanse oorlog uitgevoerd door de Achaeërs (de Myceense Grieken) onder Agamemnon, koning van Mycene, en de Trojanen onder koning Priamus.
De eerste prent laat het Parisoordeel zien. Paris schaakte Helena, echtgenote van Menelaus, koning van Sparta en broer van Agamemnon, In de tweede prent maakten de Grieken de overtocht naar Troje, na een lange reis zien zij de stad liggen. In de derde prent zien de Griekse strijders het machtige kasteel van Priamus liggen. In de vierde prent ontbrandt, onder aanvoering van Agamemnon de strijd. De vijfde prent laat het noodlot van Asias zien. Asias stortte zich tussen Achilles en zijn belagers en vond de dood door in zijn eigen zwaard te vallen. De zesde prent geeft een beeld van de strijd tussen de Grieken en Trojanen. De zevende prent laat het schild van Agamemnon zien. De achtste prent toont de ontmoeting tussen Priamus en Achilles. Achilles doodde Hector, de zoon van Priamus en sleurde hem, gebonden aan zijn strijdwagen, rond Troje. In de ets vraagt Priamus het lijk van zijn zoon terug. De negende prent gaat over de dood van de oude koning Priamus. Met een dolksteek in zijn zijde vond hij de dood. De tiende prent toont één van de twee slangen waarmee het einde van de Trojaanse oorlog werd ingeluid.
De elfde prent laat het paard van Troje zien. De oorlog was niet te winnen en daarom werd door de ziener Kalchas voorgesteld om Troje niet met geweld maar met een list te veroveren. De Griekse vorsten, geweerd door het noodlot, bouwden een paard zo hoog als een berg waarin soldaten plaatsnamen. Daarna verbrandden zij hun tenten en gingen met hun schepen buiten het gezichtsveld van de Trojanen liggen. De Trojanen dachten de oorlog te hebben gewonnen. De twaalfde prent toont de val van de stad Troje. Het paard was binnen gebracht en 's nachts, na het Trojaanse vreugdefeest werd de stad in brand gestoken. De dertiende prent toont de terugreis van de Griekse helden. Koning Melanos streven was erop gericht Helena, zijn echtgenote terug te krijgen. Zij was hem ontrouw geweest. Toen hij met zijn zwaard Helena wou doden bleek hij, bij het zien van al haar schoonheid, niet in staat zijn oude liefde te verloochenen.
|
|
|
|

|
|
de
Trojaanse Oorlog met kaft
|
|
|
|
...gevolg van Paris verblinding, die de
godinnen gekrenkt had toen hij de eer
gaf aan haar, die hem de onzalige lust schonk.
© Jan Naezer: suikertint, vernis-mou, aquatint,
inktbijting, mechanische bewerking.
bron: Illias, 24 vers 28 - 30
Daar ligt Troje, een stad beroemd en rijk
toen Priamus heerste, nu slechts een
verlaten baai en een onbetrouwbare rede.
© Lia van Dinter: lijnets, aquatint, linosnede
bron: Vergilius, Aeneis II
...Priamus' prachtige woning, welke met zuilen
hallen van gladde steen was omgeven.
In het paleis waren 50 vertrekken op een rij
naast elkaar gelegen.
© Hans van de Langkruis: lijnets, droge naald
bron: Illias, 6 vers 242 e.v.
De machtige vorst Agamemnon voortgaand de
vijand te doden, spoorde de Grieken tot strijd
aan.
© Dick Brand: lijnets, aquatint
bron: Illias. 11 vers 152 e.v.
De machtige vorst Agamemnon voortgaand de
vijand te doden, spoorde de Grieken tot strijd aan.
© Hannie Schmidt: lijnets, droge naald, wildbijting
bron: Illias. 11 vers 392 e.v
De twee heldhaftige mannen, beiden op Ares
gelijkend - Idomeneus en Aeneas- waren er fel
op elkaar met het moordende brons te doorboren.
© Bets Eisma: lijnets, vernis-mou, aquatint
bron: Illias, 13 vers 499 e.v.
Het grote geweldige schild, met de mooiste
smeedkunst bewerkt, het schild dat
een blinkende driedubbele rand van glanzend
metaal kreeg.
© Jan Verstegen: lijnets, aquatint
bron: Illias 18, vers 478 e.v.
Zonder dat iemand het zag, kwam Priamus
binnen, pakte de knie van Achilles en kuste zijn
handen, de wrede, mannen
moordende handen,waarmee hij zijn zonen gedood had.
© Piet Rommers: lijnets, aquatint
bron: Vergilius, Aeneis II
Pryrhus greep met de linkerhand de oude
Priamus bij de haren en trok met der
echter het flikkerend zwaard, en stiet
het hem tot aan het gevest tot in de zijde.
© Harry J. van Adrichem: lijnets, aquatint
bron: Ilias, 24 vers 477 e.v.
Zie, daar kwamen van Tenedos over zee,
twee slangen, met geweldige kronkels
gleden zij over het water.
© Ineke Mulder: lijnets, aquatint, vernis-mou
bron: Vergilius, Aeneis II
Door de oorlog gebroken, geweerd door
het noodlot bouwden de Griekse vorsten
een paard zo hoog als een berg door
de goddelijke kunst van Pallas Athene.
© Eveline van Fulpen: lijnets, aquatint
bron: Vergilius, Aeneis II
Toen eerst recht scheen heel Troje te
verzinken in vlammen en tot aan
de grond te worden verwoest
© Alma van Oosterom: lijnets, aquatint
bron: Vergilius, Aeneis II
Vol in het zeil blies de wind, de telkens
verkleurende golven klotsten aan weerszij
tegen de steven van 't voortglijdend schip,
dat snel de thuisreis voltooide.
© Yvonne Riphagen: vernis- mou, droge naald, linosnede
bron: Ilias, I, vers 481 e.v.
|
|
|
|
De gebonden uitgave van het Gilgamesj Epos (Japanse binding)
Literatuur: Gilgamesj
vertaling Jan H. van Eekhout, 2e druk, jaartal onbekend
Papiersoorten:
etspapier: Hahnemühle 210 gr.
transparant: Schoellerhammer 90 gr.
lettertype:Times New Roman
oplage: 20 exemplaren
Gilgamesj, het nationale epos van de Babyloniërs is waarschijnlijk al zo'n 3000 jaarvoor Christus ontstaan. Zowel uit de 20e als uit de 13e eeuw v.C. zijn er fragmenten bekend, maar het meeste is gevonden op duizenden kleitabletten uit de 7e eeuw v.C. in de ruines van Ninivé, in het Babylonisch-Assyrische schrift. Uit die tijd stamt ook de indeling in twaalf 'tafelen'.
In de eerste tafel wordt Koning Gilgamesj voorgesteld - éénderde mens, tweederde god- , die door zijn onoverwinnelijkheid en dadendrang zoveel onrust veroorzaakt, dat zijn volk de goden verzoekt om een gelijkwaardig schepsel. De oergodin Aroeroe schept daarop de 'supermens' Enkidoe. In de tweede tafel trekt Enkidoe op naar de poorten van Gilgamesj' rijk. Er volgt een strijd, die Gilgamesj wint; maar waarna zij besluiten voortaan elkaars broeders en vrienden te
zijn. In de derde tafel vragen de edelen Gilgamesj om ten strijde te trekken tegen de slechte, machtige heerser Choembaba en in de vierde tafel gaan Gilgamesj en Enkidoe op weg.
Bijna worden ze het slachtoffer van Choembaba's toverkrachten, maar samen sterk, verslaan ze hem toch in de vijfde tafel en voeren zijn hoofd in triomf mee terug.
De zesde tafel begint met de verheerlijking van Gilgamesj' schoonheid en vertelt hoe Isjtar, de godin van de vruchtbaarheid, verliefd op hem wordt. Omdat Gilgamesj haar afwijst, vervloekt zij hem en drijft Enkidoe van hem weg. In de zevende tafel zijn de vrienden weer bijeen, maar Enkidoe voelt het noodlot naderen: hij heeft een droom, waarin hij zijn einde ziet. Kort daarop wordt hij ziek en ziet in zijn koortsdromen de poort van de dood. In de achtste tafel
sterft Enkidoe, Gilgamesj wanhopig achterlatend, vol twijfels of ook hij uiteindelijk sterfelijk zal blijken te zijn.
In de negende tafel gaat Gilgamesj op zoek naar het geheim van het eeuwige leven. Hij komt daarbij aan de poort van de dageraad, waar twee reusachtige 'schorpioen-mensen' de wacht houden bij het godenrijk en weet ze over te halen hem binnen te laten. In de tiende tafel ziet Gilgamesj kans om via een soort stammenbrug de Wateren des Doods over te steken naar het Eiland des Levens, waar Oetnapisjtim woont, een mens, die het geheim van het eeuwige leven kent. In
de elfde tafel vertelt deze over de grote zondvloed die hij overleefde, waarna hij onsterfelijk werd. Samen gaan zij het kruid van het eeuwige leven plukken voor Gilgamesj, die het echter door zijn onoplettendheid weer verliest. Diep teleurgesteld smeekt Gilgamesj de goden hem toe te laten tot het Rijk van de Doden, om dan in elk geval weer met Enkidoe verenigd te worden zodat hij het lot van de gestorvenen leert kennen. In de twaalfde tafel ontstijgt Enkidoe's schim de aarde en beantwoordt Gilgamesj vraag naar
de dood: ook hij zal tot stof vergaan in de aarde. Daarop keert Gilgamesj terug tot zijn koninkrijk Oeroek en sterft.
In de nu volgende etsencyclus hebben wij van elke tafel één, ons aansprekend vers uitgebeeld. De versregels die we gekozen hebben, staan erbij, maar doen natuurlijk onvoldoende recht aan het gecompliceerde verhaal. Echter, samen met bovenstaande samenvatting wordt wellicht toch iets voelbaar van de sfeer van dit oeroude epos.
Yvonne Riphagen
|
|
In haar ziel vocht de geboorte:
Zij nam leem en kneedde een beeld ...
Nu rijst daar, 't lichaam warrig en duister
behaard: Enkidoe alleenzaam ...
© Yvonne Riphagen
|
|
Gram, God of demon
verspert Enkidoe de poorten des tempels.
Rost en ravijnland ontsprong hij.
© Joke Verwater
|
|
Een edeling verhief zich, zeggend zijn Koning:
Luister, o Heer, immer gold uw wil en woord ons
wet. Weze nu eenmaal zo Heer,
dat ons wenswoord U wet zij!
© Ineke Schotanus
|
|
Choembaba's dienaar springt te voorschijn.
Mantelen zeven, vreemd toverkrachtig,
omhuiven 't structuur zijn lichaams.
© Susanne Fiebelkorn
|
|
Den dag, dat rondde de maanschijf,
traden zij de poorten van Oeroek in.
De Koning voerde op zijn jachtspiets
het doodsgrauw hoofd van der ceedren wachter:
Choembaba!
© Joke M. Luxemburg
|
|
Blank wiesch Gilgamesj zijn wapenen;
kamde zijn lokken, stroomend den hals hem langs
Geen vorst benaderde in schoonheid
deez' prachtige Koning!
© Anne-Marie van den Berg
|
|
Hoor naar den droom:
Mij tegen trad een geweldige;
Gelijk een gier droeg hij gruwbare vleugels en
klauwen. Hij greep mij en wierp mij ten afgrond.
© Wendel Nennie
|
|
En voor Enkidoes verdoolde geest rijst de ingang
des ceedrenbergs als een poort, ontzagg'lijk te
schouwen. Als een mensch spreekt hij:
Poort des wouds, poort des Godenbergs
© Harry J. van Adrichem
|
|
Gilgamesj'vingren, voorzichtig, tasten de
hartstreek, doch 't hart werd stil.
En zo gelijk een bruid men behoedzaam toedekt,
alzoo deed de grote Koning Enkidoe.
© Hanneke Lamme
|
|
Twee reuzen houden de wake: een man, een
vrouw. Hun tors steekt boven de aarde...
't Onderst des lichaams hangt af ter wereld der
schimmen en schijnt schorpioenen.
© Anne Schulte Nordholt
|
|
Onfeilbaar en roek'loos stiet Gilgamesj de
ontzaggelijke stammen diep in de Boze Waatren
des Doods. Het getal der stammen reikt niet tot
den oever van het wonderbaar Eiland des Levens.
© José Hekkens
|
|
Nauw zichtbaar daalden de waatren...
Alle de vooglen der lucht nu loste ik,
en juublend naar de vier windstreken der wereld
wemelden zij heen!
© Peter Carstens
En d' aarde opende zich, en traag steeg een
schaduw op uit de diepte der gronden,
sidderend van vreeze, onzegbaar:
Enkidoe, Panter der Steppe.
© Vivian van Harrewijn-Seitzinger
|
|
De binding van het boek is gelijk aan de uitgave over het Gilgamesj epos.
Iedere cursist (en docent) koos een tekstfragment uit één van de aan Herakles opgelegde taken en maakte hierbij ter illustratie een ets.
Het boek werd gedrukt in een oplage van 14 exemplaren. Aan het eind van de cursus beschikte iedere deelnemer over een exemplaar. Eén boek werd opgenomen in de collectie van de Openbare Bibliotheek Den Haag en ligt ter inzage in de Centrale Bibliotheek aan het Spui.
Op deze pagina vindt u de tekst, de etsen en de verantwoording uit deze uitgave.
de twaalf werken van
HERAKLES
Herakles, zoon van Zeus en Alkmene, is de meest gevierde held uit de Griekse Oudheid. Vader Zeus had deze zoon, een halfgod, een machtige toekomst beloofd, maar Hera, de bedrogen echtgenote van Zeus, wilde dit voorkomen. In een poging het kind te doden, zond zij twee slangen naar zijn wieg, maar Alkeides, zoals hij toen nog heette, wurgde de dieren met zijn handjes. De halfgod groeide op tot een oersterke, maar driftige jongeman. Nadat hij koning Kreon had geholpen de oorlog om Thebe te winnen, kreeg hij als dank diens dochter Megaira als vrouw. In de jaren die volgden, groeide zijn roem en rijkdom. Dit tot ergernis van de jaloerse Hera. In een door haar verwekte vlaag van waanzin doodde Alkeides zijn vrouw en kinderen. Verteerd door schuldgevoel raadpleegde hij het orakel van Delfi. Dit legde hem de straf op om als slaaf van koning Eurystheos een aantal zware taken te vervullen; voortaan zou hij Herakles heten.
De eerste taak van Herakles was het doden van de onkwetsbare leeuw die de omgeving van Nemea onveilig maakte. Met het leeuwenvel om zijn schouders keerde Herakles terug, om onmiddellijk naar het moeras van Lerna gestuurd te worden voor zijn tweede taak: het verslaan van de negenkoppige slang, de Hydra.
Voor zijn derde taak reisde Herakles naar de bossen van Arkadië. Daar leefde een aan Artemis, de godin van de jacht, gewijd hert met bronzen hoeven en een gouden gewei, dat hij levend moest zien te vangen. Ook het wilde zwijn dat vreselijke vernielingen aanrichtte op de berg Erymanthos, mocht niet worden gedood. Als vierde taak ving Herakles het dier en droeg het levend naar Mykene.
Even smerig als onmogelijk leek Herakles' vijfde taak: in een etmaal moest hij de stallen van koning Augias reinigen, waar de mest van duizenden koeien nooit was opgeruimd. Hij wedde om een tiende van de kudde dat het hem zou lukken en slaagde daarin door een rivier door de stallen te leiden. Het verjagen van de monsterlijke vogels van Stymfalos met hun ijzeren klauwen en veren als pijlen, werd Herakles' zesde taak en ook die wist de held te volbrengen. Vervolgens werd hij naar Kreta gestuurd. Daar had koning Minos zich de woedde van de god Poseidon op de hals gehaald door hem het offer van een fraaie stier te onthouden. De god van de zee zorgde ervoor dat Minos' vrouw de stier beminde en sloeg het dier vervolgens met een verwoestende waanzin. Herakles echter wist het dier te temmen en volbracht zo zijn zevende taak.
En weer moest Herakles een eind reizen voor zijn achtste taak: het vangen van de valse merries van Diomedes. Deze sterke, wilde paarden kregen dagelijks mensenvlees van hun meester en Herakles liet hem nu zelf dit lot ondergaan. Hierdoor kalmeerden de dieren.
Zijn negende taak bracht Herakles naar het land van de Amazonen om daar de gouden gordel van Hippolyte te halen voor het dochtertje van Eurystheos. Wederom slaagde hij en er volgde een tiende taak: deze keer ging het om het roven van een grote kudde runderen, die het bezit was van Geryones, een reus met drie hoofden. Na een zwaar gevecht en een moeizame terugreis, bracht Herakles de uitgedunde kudde bij zijn opdrachtgever.
Omdat Eurystheos twee taken ongeldig had verklaard, volgde een elfde taak. Herakles werd naar de tuin van de Hesperiden gestuurd om drie gouden appels te halen van de boom die Zeus en Hera als huwelijksgeschenk hadden gekregen. Toen ook dit hem was gelukt, besloot Eurystheos hem ten einde raad naar de onderwereld, de Haides, te sturen voor zijn twaalfde taak. Deze werd bewaakt door de driekoppige hellehond Kerberos. Met het naar de aarde brengen van dit monster voltooide Herakles zijn opdrachten en was hij eindelijk weer een vrij man.
Yvonne Riphagen
|
|
Herakles trof de leeuw met zijn knots en drukte
hem met zijn enorme vuisten de strot dicht.
Zijn vacht droeg hij sindsdien als mantel.
© Stefanie E. Bruinooge
|
|
Hij greep het slangenlijf vast en begon met zijn
zwaard de koppen af te hakken.
Zo wist Herakles de Hydra te verslaan.
© Ben Kloos
|
|
Bijna een jaar joeg Herakles op het
pijlsnelle hert van Artemis. Menigmaal zag
hij haar gouden gewei in de verte verdwijnen.
© Jan Naezer
|
|
Herakles joeg het wilde zwijn op tot het van
uitputting neerviel. Hij bond het en droeg
het levend naar Mykene.
© Ellen
Dahlhaus
|
|
En de rivieren spoelden de stallen schoon,
maar Augias weigerde Herakles te belonen…
dat kwam hem duur te staan.
© Anna van
Aardenne
|
|
Met een regen van pijlen wist
Herakles de gruwelijke Stymfalische
vogels met hun vlijmscherpe veren te verslaan.
|
|
© Peter
Carstens
Herakles bedwong de dolle stier van Kreta,
het land van koning Minos, en maakte
het monster tot een gewillig rijdier.
©Thijs
Altorf
|
|
Ook de mensenetende paarden van Diomedes
werden door Herakles getemd, maar niet nadat
ze hun meester hadden verscheurd.
|
|
© Drini Ruis
Herakles kreeg de opdracht om bij Hippolyte,
de machtige koningin van de Amazones,
de gouden gordel van Ares te halen.
|
|
©
Harry J. van Adrichem
Na een zware tocht en zeer veel tegenslagen
kon Herakles de runderen van Geryones
eindelijk afleveren in Mykene.
© Joke Wolthuizen - la Rivière
|
|
In ruil voor het torsen van het hemelgewelf
plukte Atlas drie gouden appels uit de tuin
van de Hesperiden voor Herakles.
© Anne
Schulte Nordholt
|
|
Zelfs Kerberos, de driekoppige hellehond
die de Haides bewaakt, kalmeerde uit
angst voor Herakles' machtige vuisten.
© Yvonne
Riphagen
|
|
Colofon
|
___________________________________________________ |
De twaalf
werken van HERAKLES |
|
Stefanie E. Bruinooge
|
lijnets, aquatint
|
| |
|
|
Ben Kloos
|
lijnets, aquatint, hoogdruk |
| |
|
|
Jan Naezer |
ets, zaging, hoogdruk |
| |
|
|
Ellen
Dahlhaus |
lijnets, aquatint, vernis-mou |
| |
|
|
Anna van
Aardenne |
lijnets
|
|
|
|
|
Peter
Carstens |
lijnets, aquatint
|
|
|
|
|
Thijs
Altorf
|
lijnets, aquatint
|
|
|
|
|
Drini Ruis |
lijnets, aquatint
|
| |
|
|
Harry J.
van Adrichem |
lijnets, aquatint, hoogdruk |
| |
|
|
Joke Wolthuizen - la Rivière
|
lijnets, aquatint |
| |
|
|
Anne
Schulte Nordholt |
aquatint, hoogdruk, zaging
|
| |
|
|
Yvonne
Riphagen
|
lijnets, aquatint, |
| |
vernis-mou, droge naald,
zaging |
| |
__________________________________________________ |
| |
|
|
bronnen |
Imme Dros
: Held van de twaalf taken |
|
|
Gustav Schwab: Griekse mythen en sagen |
| |
|
|
papiersoorten |
|
| |
|
|
etspapier |
Hahnemühle 210 gr |
|
transparant
|
Schoellerhammer 90 gr |
| |
|
|
lettertype
|
Times New Roman |
| |
|
|
tekst |
Yvonne Riphagen |
| |
|
|
titelblad |
Jan Naezer |
| |
|
|
boekbinder
|
Onno Haaitsma |
| |
|
| ©
2003, cursus etsen Atelier Jan Naezer, Den Haag |
|
naar boven
de mythe
van OSIRIS
De mythe van Osiris is het bekendste verhaal uit het oude Egypte en gaat over
zijn dood en wederopstanding - een thema dat de dagelijkse cyclus weerspiegelt
van het 'sterven' van de zon bij zonsondergang en zijn 'geboorte' bij
zonsopkomst. Osiris was niet alleen god van het koningschap en de levenskracht
van de farao, hij was de personificatie van de vruchtbaarheid van het land en de
geest van de vegetatiecyclus. Als heerser over het dodenrijk schonk hij nieuw
leven aan hen, die de onsterfelijkheid hadden verdiend door hun zuivere
levenswandel.
Op de eerste dag dat de
aardgod Geb zich verenigt met Noet, de godin van de hemel, wordt Osiris geboren.
Hij wordt de eerste koning van Egypte, een rechtvaardig heerser die wetten
opstelt voor zijn volk. Hij kent niet alleen de roem maar ook de afgunst. Zijn
werk als koning zorgt ervoor dat hij veel moet reizen. Na zo' n reis wordt
Osiris op een feestmaal onthaald door 72 samenzweerders die onder leiding staan
van zijn broer Seth. Tijdens dit maal toont Seth een prachtige, rijk versierde
kist. Nadat iedereen de kist heeft bewonderd, belooft Seth de kist aan diegene
te schenken die erin past. Allen proberen de kist. Echter, het blijkt dat
niemand past, niemand….tot het Osiris' beurt is. Hij stapt in de kist en strekt
zich erin uit. De kist heeft precies zijn maat. De samenzweerders drommen samen
om de kist, spijkeren de deksel vast en werpen de met lood overgoten kist in de
Nijl. Isis hoort wat haar echtgenoot is overkomen en rouwt.
Na Osiris´ dood regeert
Seth als een wrede heerser over Egypte Isis vlucht en verbergt
zich in de delta van de Nijl. Intussen is de kist met het lichaam van Osiris
door de golven op
de kust van Byblos
geworpen. Een jonge ceder omsluit hem en groeit uit tot een prachtige, grote
boom.
De koning van Byblos
bewondert de boom, hakt hem om en stut met de stam het dak van zijn paleis.
Goden en demonen verspreiden dit bericht en zo komt het Isis ter ore. Om ervoor
te zorgen dat zij, een godin, het paleis binnen kan komen, verzint Isis een
list. Zij gaat naar Byblos en zet zich neer aan de voet van een bron. Ze spreekt
met niemand maar omringt de dienaressen van de koningin met zorg. Als de
koningin haar dienaressen ziet, laat zij Isis
komen en neemt haar in dienst. Zij krijgt als taak de baby van de koningin te
verzorgen.
's Nachts verandert Isis zich in een zwaluw en vliegt zij om de pilaar met het
lichaam van Osiris. De koningin bespiedt haar en ontdekt Isis ' ware aard.
Bang de godin te hebben
beledigd, biedt de koningin Isis aan iets uit het koninkrijk tot het hare te
maken. Isis kiest de met houtsnijwerk versierde, cederhouten pilaar uit het
paleis en hakt deze met volle kracht doormidden. In de pilaar zit de kist met
het lichaam van Osiris. Zij plaatst de kist in een boot en vaart weg. Tegen de
morgen steekt er over de rivier de Phaidros een gure wind op; Isis ontsteekt in
toorn en laat het water van de rivier in haar bedding verdampen. Dan opent zij
de kist en kust haar overleden echtgenoot. Isis verbergt de kist met het lichaam
van Osiris in het riet van de Nijl.
Jagend bij het licht van
de maan, vindt Seth de kist. Hij snijdt het lichaam in veertien stukken en werpt
deze in de Nijl. Het lichaam van Osiris wordt door De Nijl verspreidt. Als Isis
de lege kist ontdekt, doet zij haar uiterste best de lichaamsdelen weer te
vinden. Zij vindt ze allemaal, op één na: zijn mannelijk lid. Het symbool van
zijn vitaliteit is verloren. Isis legt de overgebleven stukken op de grond. Het
lukt haar om Osiris met behulp van haar toverkracht een kind te laten verwekken,
Horus. Na zijn geboorte verbergt zij Horus nabij Boeto in de moerassen van de
delta van de Nijl waar hij op magische wijze door 7 giftige schorpioenen wordt
beschermd.
Als Isis bij Osiris
terugkomt, balsemt en mummificeert zij haar echtgenoot.
Wanneer Horus volwassen is
bezoekt hij Seth. Hij eist als rechtmatig opvolger de troon op. Seth weigert de
eis. Pas na een lange strijd verslaat Horus zijn oom en volgt hij zijn vader
Osiris op als Koning der Levenden.
Jan Naezer
|
|
de mythe van
OSIRIS
| |

Het verhaal gaat dat Geb, de aardgod,
zich
met Noet,de godin van de hemel,
verenigde.
Op de eerste dag werd Osiris geboren.
© Jan Naezer

Samenzweerders uit heel Egypte
stapten in de kist, niemand paste.
Tot Osiris het probeerde…
© Robert Bink

Toen Isis hoorde wat haar echtgenoot was
overkomen, sneed zij één van haar lokken
af
en kleedde zich in rouwgewaden.
© Anne Nordholt Schulte

Om aan het bewind van
Seth te ontkomen, verborg Isis
zich in de rietkragen van de Nijl.
© Anna van Aardenne

De golven wierpen de kist op het
strand. Omsloten door een jonge ceder
groeiden zij samen uit tot een machtige
boom.
© Drini Ruis

Aan de bron vlocht zij
hun haren en balsemde hun huid
met de geur die zij zelf verspreidde.
© Joke Wolthuizen La Rivière

Overdag verzorgde Isis de zoon
van de koningin. In de nacht vloog
zij als zwaluw om de pilaar van het
paleis.
© Cor van Dam

Isis koos de pilaar
die de kist van Osiris verborg.
Met kracht doorkliefde zij het cederhout.
© Yvonne Riphagen

Ver van Byblos,
in een verlaten streek, opende zij
de kist en kuste haar overleden
echtgenoot.
© Thijs Altorf

Osiris´ kist werd tijdelijk verborgen
in de oneindige velden met papyrus en
riet, in de stilte van de delta van de
Nijl.
© Peter Carstens

Voor de tweede keer nam
het water het lichaam van Osiris.
Op dertien plaatsen spoelde hij nu aan.
© Harry J. van Adrichem

Zij droeg hun kind,
verwekt met magische krachten.
Het kind zou Horus heten.
© Willeke van der Dussen

Door Isis
gebalsemd en gemummificeerd,
kreeg Osiris het eeuwige leven.
© Ben Kloos

Horus verklaarde zich
tot opvolger van de troon.
Seth luisterde, maar verwierp de eis.
© Hans Peter Roersma
|
| |
|
|
|
|
| |
|
|
|
Colofon |
______________________________________________________________ |
|
| |
|
|
|
Jan Naezer |
lijnets, wildbijting,
vernis-mou, zaging, |
|
| |
boorgaten, chine en
collé, hoogdruk, bladgoud |
|
| |
|
|
|
Robert Bink |
aquatint, droge
naald, zaging |
|
| |
|
|
|
Anne Schulte Nordholt |
lijnets,
aquatint, vernis-mou, chine en collé |
|
| |
|
|
|
Anna van Aardenne |
lijnets,
droge naald |
|
| |
|
|
|
Drini Ruis |
lijnets,
suikeraquatint, aquatint, zaging, hoogdruk |
|
| |
|
|
|
Joke Wolthuizen –
la Rivière |
lijnets |
|
| |
|
|
|
Cor van Dam |
lijnets, aquatint |
|
| |
|
|
|
Yvonne Riphagen |
lijnets, aquatint, zaging |
|
| |
|
|
|
Thijs Altorf |
lijnets, aquatint |
|
| |
|
|
|
Peter Carstens |
lijnets, aquatint |
|
| |
|
|
|
Harry J. van
Adrichem |
lijnets, aquatint, hoogdruk |
|
| |
|
|
|
Willeke van der
Dussen |
lijnets, aquatint, wildbijting, vernis-mou, |
|
| |
chine en
collé, zaging, hoogdruk |
|
| |
|
|
|
Ben Kloos |
lijnets, vernis-mou, zaging, hoogdruk |
|
| |
|
|
|
Hans Peter Roersma |
lijnets, aquatint, zaging |
|
| |
|
|
| |
_____________________________________________________________ |
|
| |
|
|
|
bronnen |
E. Brunner-Traut : Egyptische sprookjes |
|
| |
Plutarchus : De Iside et Osiride |
|
| |
|
|
|
papiersoorten |
Etspapier : Hahnemühle 210 gr. |
|
| |
Transparant : Schoellerhammer 90 gr |
|
| |
|
|
|
tekst en
titelblad |
Jan Naezer |
|
| |
|
|
|
tekstadviezen |
Yvonne Riphagen |
|
| |
Dr. Olaf Kaper,
docent Egyptologie, Rijksuniversiteit Leiden |
|
| |
|
|
|
boekbinder |
Onno Haaitsma |
|
| |
|
|
|
© 2005,
cursus etsen Atelier Jan Naezer, Den Haag |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
|
Icarus
Het boek Icarus werd gemaakt tijdens de cursus etsen in het seizoen 2006 - 2007.
Het was het 5e boek in de reeks met
klassieke verhalen.

Icarus was de zoon van de Griekse
bouwmeester en beeldhouwer Daedalus. Zijn neef Talos werd door Daedalus opgeleid
en beloofde een nog groter kunstenaar te worden dan zijn oom en leermeester.
Daedalus bracht zijn leerling om het leven, een daad die hem en zijn zoon in
ballingschap zou voeren. Zij vonden onderdak op Kreta bij koning Minos. In
opdracht van de koning bouwde Daedalus een labyrint voor de Minotaurus. De
langdurige verbanning uit zijn geliefde vaderland was voor Daedalus een
kwelling. Zijn vindingrijke geest zon op een uitweg: ’Minos mag mij dan het land
en het water kunnen verbieden, de lucht blijft vrij’. Maar Daedalus’ vlucht werd
Icarus’ noodlot…
Daedalus was bouwmeester en beeldhouwer. Hij
was de eerste die zijn beelden open ogen gaf, die de handen gebaren en de
voeten stappen liet maken. Maar Daedalus was ijdel en jaloers. Zijn leerling
Talos verwierf grote roem met zijn uitvindingen. Zo gebruikte Talos de met
zigzagtanden bezette kaak van een slang om plankjes mee door te zagen,
bouwde dat werktuig in ijzer na en werd zo de uitvinder van de zaag. Uit
jaloezie doodde Daedalus zijn leerling door hem van de burcht van Athene naar
beneden te gooien. Talos veranderde in een patrijs.
Daedalus vluchtte met zijn zoon Icarus en ze
vonden uiteindelijk onderdak op het eiland Kreta, bij koning Minos. Hij werd
door de koning uitverkoren om een verblijfplaats te maken voor de Minotaurus,
een afzichtelijk monster, half mens half stier. De vindingrijke Daedalus
ontwierp een labyrint. Het werd een bouwwerk waarvan de ontelbare gangen
zich door elkaar vlochten als de onontwarbare loop van de Phrygische rivier, die
nu eens de ene, dan weer de andere kant op stroomt en soms haar eigen golven
tegenkomt. Toen de bouw was voltooid en Daedalus een laatste inspectie
verrichtte, vond hij zelf met moeite de uitgang terug. In dit labyrint werd de
Minotaurus gehuisvest en werd hij om de negen jaar gevoed met een dubbel offer
van mensenbloed.
Het idee voorgoed op Kreta te moeten
verblijven, was voor Daedalus onaanvaardbaar. Hij bedacht een plan om te
ontsnappen. Hij verzamelde vogelveren van verschillende grootte, en bevestigde
ze met was aan elkaar. Daarna boog hij het geheel zo, dat het net een vleugel
was.
Icarus hielp zijn vader bij het werk. Toen hij
de vleugels klaar had, bond Daedalus ze om en verhief zich als een vogel in de
lucht. Hij kwam weer naar beneden en bond ook Icarus twee vleugels om.
'Vlieg altijd op gemiddelde hoogte. Als je te
laag vliegt, kunnen je vleugels het zeewater raken en te zwaar worden door het
vocht en je in de diepte sleuren. Als je echter te hoog vliegt, kunnen je veren
te dicht bij de zonnestralen komen en ineens vlam vatten.
Beiden verhieven zich in de lucht. De
vader vloog voorop. Hij keek van tijd tot tijd achterom om te zien hoe zijn zoon
zich hield. Aanvankelijk ging alles goed tot Icarus overmoedig werd. Hij vloog
roekeloos hoger en hoger. Maar de straf bleef niet uit. Met haar hete stralen
smolt de zon de was die de veren bijeenhield en voordat Icarus het merkte vielen
de vleugels uiteen. Hij stortte in de diepte en verdween in de golven van
de zee. Toen Daedalus naar zijn zoon omkeek, was hij er niet meer. Radeloos keek
hij in de diepte. Daar zag hij veren op het water drijven. Hij vloog naar
beneden, landde op een eiland en deed zijn vleugels af. Al gauw spoelden de
golven het lijk van zijn kind aan land.
De diep bedroefde Daedalus begroef zijn
zoon, maar de patrijs zong…. De vermoorde Talos was gewroken.

Daedalus was de
eerste die
zijn beelden open ogen gaf, de handen
gebaren en de voeten stappen liet maken.
© Harry J. van Adrichem

De jongen bouwde de met zigzag tanden
bezette kaak van de slang in ijzer na:
hij werd de uitvinder van de zaag.
©
Marco van der Weyden

Jaloezie nam bezit van hem
Daedalus gooide de jongen van de burcht
van Athene naar beneden.
©
Peter Carstens

De Minotaurus, een dubbelwezen
deels de gedaante van een stier
maar voor de rest een mens.
© Bart de Beer

Zoals de Meander
buigt en buigt,
zichzelf ontmoet en naderend water tegenkomt,
zo bouwde Daedalus zijn labyrint.
© Willeke van der Dussen

Nadat de stiermens daar was opgeborgen,
werd hij om de negen jaar, twee maal gevoed
met Attisch mensenbloed.
©
Jan Naezer

Hij legde een rij
van veren en maakte die
aan elkaar vast, boog ze tot een vleugel
zoals hij zag bij echte vogels.
© Yvonne Riphagen

Vlieg tussen zee
en zon,
te laag dan maakt de zee de vleugels zwaar,
te hoog dan smelten ze door zonnehitte.
©
Ben Kloos

Hoger, hoger ging
hij vliegen,
de zon maakte de vleugellijm zacht;
nog meer, ze was gesmolten….
© Robert Bink

De vader - niet
meer vader-
riep: “Icarus, waar ben je?”
en zag de vleugels op de golven.
© Anna van Aardenne

De patrijs,
als jongen van de burcht gegooid,
zong bij Icarus’ begrafenis.
©
Anne Schulte Nordholt
|
colofon |
___________________________________________________ |
| |
|
|
Harry J. van Adrichem |
lijnets, droge naald, aquatint,
fotografische bewerking |
| |
|
|
Marco van der Weyden |
lijnets, aquatint,
vernis-mou |
| |
|
| Peter Carstens |
lijnets, aquatint |
| |
|
|
Bart de Beer |
lijnets aquatint,
droge naald, zaging, hoogdruk |
| |
|
|
Willeke van der Dussen |
lijnets,
suikertint, aquartint, vernis-mou, hoogdruk |
| |
|
|
Jan
Naezer |
lijnets, aquatint, wildbijting,
chine en collé, hoogdruk, |
| |
bladgoud |
| |
|
|
Yvonne Riphagen |
lijnets, vernis-mou, suikertint,
zaging, hoogdruk |
| |
|
|
Ben
Kloos |
lijnets, aquatint, blinddruk |
| |
|
|
Robert Bink |
lijnets, aquatint |
| |
|
|
Anna van
Aardenne |
lijnets, aquatint |
| |
|
|
Anne Schulte Nordholt |
lijnets, aquatint |
| |
____________________________________________________ |
| |
|
|
bronnen |
Ovidius :
Methamorphosen |
| |
Gustav Schwab: Griekse en
Romeinse sagen |
| |
|
|
papiersoorten |
etspapier :Hahnemühle 210 gr. |
| |
transparant :Schoellerhammer 90 gr. |
| |
|
|
lettertype |
Times New Roman |
| |
|
|
titelblad |
Jan Naezer |
| |
|
|
tekstbewerking |
Yvonne Riphagen |
| |
|
|
© 2007, cursus
etsen Atelier Jan Naezer, Den Haag |
|
| |
|
| |
|
naar boven
Orpheus en Euridice
Orpheus, zoon van Apollo en de muze
Calliope, was een goddelijke zanger, die met zijn lier en zijn stem mensen en
dieren betoverde. Hij trouwde de mooie bosnimf Euridice, maar hun geluk was van
korte duur: terwijl zij speelde met de andere nimfen, werd Euridice in haar hiel
gebeten door een adder en stierf.
Orpheus was ontroostbaar en hij nam een
ongehoord besluit: hij wilde afdalen in de onderwereld om Euridice terug te
halen uit het dodenrijk. Door de poort bij Taenarum betrad hij de onderwereld.
Huiveringwekkende schimmen omringden hem, maar Orpheus ging voort tot hij voor
de troon van Hades, de god van de onderwereld, en diens echtgenote Persephone
stond.
Hij pakte zijn lier en richtte zich in een
smeekbede tot de heersers van de onderwereld. Hij speelde zo prachtig en zong zo
aangrijpend over zijn liefde en zijn intense verdriet, dat alle schimmen uit de
onderwereld kwamen luisteren. Zelfs Hades en Persephone waren tot tranen toe
geroerd door zijn lied.
Persephone liet de schim van Euridice
komen. ”Neem haar met je mee”, sprak ze tot Orpheus, “Maar weet dat zij jou
slechts zal toebehoren, als je haar niet aankijkt vóórdat jullie beiden de poort
van de onderwereld zijn doorgegaan. Indien je haar eerder aanschouwt, is zij
voor eeuwig voor jou verloren”.
In doodse stilte volgden zij de weg omhoog
door de grimmige duisternis van de onderwereld. Maar Orpheus werd bevangen door
twijfel: volgde Euridice hem wel? Hij luisterde ingespannen of hij haar
ademhaling hoorde, of het ruisen van haar gewaad…maar er was niets dan stilte.
Door angst en liefde overweldigd wierp hij een blik achterom en ach….daar
zweefde de schim van Euridice de afschrikwekkende diepte weer in. Zij stierf
voor de tweede maal.
Verstijfd van ontzetting bleef Orpheus
staan, maar vervolgens stormde hij terug de onderwereld in. Echter nu weigerde
Charon hem over de Styx te zetten, hoezeer hij ook smeekte om genade. De
onderwereld liet zich niet nogmaals vermurwen.
Gebroken keerde Orpheus terug in de
bovenwereld en trok zich terug in het woud, waar hij zong en speelde voor de
dieren en de bomen. Hij versmaadde voortaan alle vrouwen en dit riep de woede op
van velen. Tijdens het feest van Dionysos vonden de razende Mainaden Orpheus in
het bos. Zij bekogelden hem met stenen en Orpheus werd dodelijk getroffen.
Alle dieren en de nimfen uit het bos
rouwden om Orpheus en begroeven zijn geschonden lichaam. Maar zijn hoofd en zijn
lier werden door de stroom van de rivier meegevoerd.
Orpheus ziel zweefde echter omlaag naar het
schimmenrijk en daar vond hij zijn geliefde Euridice terug. Samen verblijven zij
op de Elysische velden, voor eeuwig verenigd.
ORPHEUS

EURIDICE

Orpheus, zoon van Apollo en
de muze Calliope, betoverde met zijn lier
en zijn stem mensen en dieren.
© Ben
Kloos

Terwijl zij met de andere
nimfen
speelde, werd Euridice door een adder
in haar hiel gebeten en stierf.
©
Robert Bink

Door de poort bij Taenarum
betrad
hij de onderwereld, waar huiveringwekkende
schimmen hem omringden.
©
Willeke van der Dussen

Hij zong zo aangrijpend over
zijn liefde
en zijn intense verdriet, dat alle schimmen uit
de onderwereld kwamen luisteren.
©
Dirk Cazimier

Persephone, godin van de
onderwereld,
liet de schim van Euridice komen.‘Neem haar
met je mee’, sprak zij tot Orpheus.
©
Bart de Beer

In doodse stilte stegen zij
op.
Maar het verlangen om het gelaat van zijn geliefde
te zien, werd Orpheus te machtig.
©
Gea Beijering

Ondanks het verbod, keek
Orpheus
achterom en de schim van Euridice zweefde
de afschrikwekkende diepte weer in.
©
Yvonne Riphagen

Vergeefs stond Orpheus aan de
oever van de duistere Styx. Charon weigerde
hem nogmaals over te zetten.
©
Anna van Aardenne

De razende Mainaden vonden
Orpheus
in het bos; zij bekogelden hem met stenen en
hij werd dodelijk getroffen.
©
Anne Schulte Nordholt

Orpheus lichaam werd
begraven,
maar zijn hoofd en zijn lier werden door de
stroom van de rivier meegevoerd.
©
Peter Carstens

Sindsdien verblijven
Orpheus en Euridice samen op de Elysische
velden, voor eeuwig verenigd.
©
Jan Naezer
|
Colofon |
|
|
______________________________________ |
ORPHEUS EN EURIDICE |
| |
|
|
Ben Kloos |
lijnets, aquatint, zaging, hoogdruk |
| |
|
|
Robert Bink |
lijnets, vernis-mou, zaging, hoogdruk |
| |
|
|
Willeke van der Dussen |
lijnets, suikertint, aquatint, zaging, vernis- |
| |
mou, hoogdruk |
| |
|
|
Dirk Cazemier |
lijnets, aquatint |
| |
|
|
Bart de Beer |
lijnets, suikertint |
| |
|
|
Gea Beijering |
lijnets, aquatint, vernis-mou, zaging |
| |
blinddruk |
| |
|
|
Yvonne Riphagen |
vernis-mou,
wildbijting, droge naald, zaging |
| |
|
|
Anna van Aardenne |
lijnets, droge naald |
| |
|
|
Anne Schulte Nordholt |
lijnets, aquatint, droge naald, zaging, |
| |
hoogdruk |
| |
|
|
Peter Carstens |
lijnets, aquatint |
| |
|
|
Jan Naezer |
lijnets, wildbijting, zaging, hoogdruk |
| |
vernis-mou, bladgoud |
| |
|
| |
____________________________________ |
| |
|
|
bronnen |
|
| |
|
Gustav Schwab |
:
Griekse en Romeinse |
|
| |
|
| |
|
|
papiersoorten |
|
etspapier |
:
Hahnemühle 210 gr |
|
| |
|
transparant |
:
Hahnemühle 85 gr |
|
| |
|
| lettertype |
Times
New Roman |
| |
|
|
tekstbewerking |
Yvonne
Riphagen |
| |
|
| voorblad |
Jan
Naezer |
| |
|
|
© 2009, cursus
etsen Atelier Jan Naezer, Den Haag |
|
naar boven
De mythe van Europa
In het land van Tyrus en Sidon leefde Europa, de dochter
van koning Agenor.Op een nacht had ze een merkwaardige droom: haar verschenen
twee werelddelen in vrouwengedaante. De ene, Azië, omringde haar met zorg, maar
de andere, een vreemdelinge, sleurde haar mee, terwijl ze sprak: “Kom mijn
liefste, ik breng je naar Zeus; zo heeft het lot beslist”.
Europa
ontwaakte met kloppend hart en een wonderlijk verlangen naar degene die haar zo
gewelddadig had meegesleept. De volgende morgen ging Europa met haar vriendinnen
naar de weidevelden aan zee. De meisjes waren gekleed in mooie met bloemen
bestikte gewaden en Europa zelf droeg een schitterend kleed, rijk met gouddraad
geborduurd. Deze kostbare bruidstooi was een familie-erfstuk, gemaakt door
Hephaistos, de smid van de goden.
In de
prachtige bloeiende weide plukten de meisjes hun lievelingsbloemen om er kransen
van te vlechten. Europa stond als een liefdesgodin tussen hen in met een bos
rode rozen. Zo trok zij de aandacht van Zeus. Om de woede van Hera, zijn
jaloerse eega, te voorkomen, verzon hij een list om het onschuldige meisje te
verleiden. Hij liet de kudde vee van koning Agenor naar de kust drijven,
veranderde zichzelf vervolgens in een schitterende stier en voegde zich tussen
de anderen.
Terwijl de kudde zich verspreidde over de weidevelden naderde de prachtige stier
met de fonkelende blauwe ogen Europa en haar vriendinnen. De meisjes waren onder
de indruk van het fraaie dier, dat zich zo kalm bij hen voegde. Ze wilden zijn
glanzende huid wel aanraken en Europa bood hem bloemen aan. De stier likte
vleiend de bloemen en de hand die ze aanbood. Toen drukte het meisje een kus op
zijn kop en versierde zijn horens met de bloemenkransen.
De
stier ging aan de voeten van het meisje liggen en Europa zei tegen haar
vriendinnen: “Kom, laten we op de rug van dit zachtaardige dier klimmen” en zij
voegde de daad bij het woord. Dadelijk kwam de stier overeind en draafde over de
weide naar het strand en voordat Europa begreep wat er gebeurde, was hij met
zijn buit in zee gesprongen. Het meisje hield zich angstig vast aan zijn horens,
haar kleed blies op als een zeil en al gauw was de kust verdwenen, de zon
ondergegaan en zag ze niets anders meer dan golven en sterren.
Na een
nacht en een dag bereikten ze een verre oever waar de stier aan land klom en het
meisje zachtjes van zijn rug liet glijden. Vervolgens veranderde hij in een
adelaar en bedreef met haar de liefde. Zeus had zijn zin gekregen en verdween.
Toen
Europa uren later ontwaakte, riep zij verward om haar vader, maar toen zij zich
herinnerde wat er was gebeurd, klaagde ze: “Ik ontaarde dochter, hoe durf ik de
naam van mijn vader in de mond te nemen? Welke schande is mij overkomen of is
dit een boze droom?”Maar ze was echt in een onbekende omgeving: vreemde bomen en
rotsen omgaven haar en de angstaanjagende golven sloegen tegen de
onverzettelijke klippen. Europa was wanhopig en smeekte de goden om te mogen
sterven. Maar de omgeving was verlaten en aan de heldere, eeuwig blauwe hemel
stond de zon.
Toen
hoorde ze plotseling een zacht, spottend gefluister en voor haar verscheen de
godin Aphrodite. “Troost je, mooi meisje”, sprak de godin, “De stier zal
terugkomen. Het is Zeus die je geroofd heeft en je tot zijn aardse godin heeft
gemaakt. Je naam zal onsterfelijk worden als naam van dit vreemde werelddeel:
Europa”.
Zo
geschiedde; Zeus verscheen nog menigmaal aan Europa, maar nu in mensengedaante
en zij schonk hem drie zonen.
de mythe van

EUROPA

Europa had een droom: in
vrouwengedaante verschenen haar twee
werelddelen die om haar streden.
©
Anne Schulte Nordholt

Ze ging met haar vriendinnen naar de
weidevelden aan zee. De meisjes droegen
mooie, met bloemen bestikte gewaden.
©
Willy Keuvelaar

Europa
zelf droeg een schitterend
kleed, rijk met gouddraad geborduurd,
vervaardigd door Hephaistos.
©
Willeke van der Dussen

Zij trok de aandacht van Zeus
die begerig zijn oog op haar liet vallen en
een list verzon om haar te verleiden.
©
Yvonne Riphagen

Temidden van de kudde van de
koning bevond zich een prachtige stier met
fonkelende blauwe ogen… Zeus.
© Bart
de Beer

De meisjes waren onder de
indruk van het fraaie dier en versierden
zijn horens met bloemenkransen.
©
Ben Kloos

Met Europa op zijn rug sprong de stier
in zee. Zij hield zich angstig vast aan zijn horens;
haar kleed bolde op als een zeil.
©
Rob Taal

Al gauw was de kust
verdwenen,
de zon ondergegaan en Europa zag niets
anders meer dan golven en sterren.
©
Robert Bink

De stier liet het meisje
zachtjes van
zijn rug glijden, veranderde in een adelaar
en bedreef met haar de liefde.
©
Peter Carstens

Toen Europa ontwaakte,
klaagde ze:
“Ik ontaarde dochter, hoe durf ik de naam van
mijn vader in de mond te nemen?”
© Ellen
Prins

Het was als in een boze
droom, om haar heen waren slechts
vreemde bomen en onverzettelijke rotsen.
©
Anna van Aardenne

De omgeving was leeg, haar
huis
was ver. Aan de heldere, eeuwig blauwe
hemel stond de zon.
©
Jan Naezer

Zeus verscheen nog menigmaal
aan Europa, maar nu in mensengedaante en
zij schonk hem drie zonen.
©
Joanne Verweij
|
_________________________________ |
De mythe van EUROPA |
| |
|
| |
Anne Schulte Nordholt |
lijnets, auqatint |
| |
|
|
| |
Willy Keuvelaar |
lijnets, vernis-mou |
| |
|
|
| |
Willeke van der Dussen |
lijnets, vernis-mou, hoogdruk, zaging |
| |
|
|
| |
Yvonne Riphagen |
wildbijting, vernis-mou, aquatint, zaging |
| |
|
|
| |
Bart de Beer |
wildbijting, suikertint, aquatint, zaging |
| |
|
|
| |
Ben Kloos |
lijnets, aquatint, hoogdruk, zaging |
| |
|
|
| |
Rob Taal |
lijnets, aquatint, vernis-mou |
| |
|
|
| |
Robert Bink |
lijnets, hoogdruk, zaging |
| |
|
|
| |
Peter Carstens |
lijnets, aquatint |
| |
|
|
| |
Ellen Prins |
lijnets, vernis-mou, wildbijting, zaging |
| |
|
|
| |
Anna van Aardenne |
lijnets, wildbijting, kleurpotlood |
| |
|
|
| |
Jan Naezer |
lijnets, vernis-mou, wildbijting, hoogdruk |
| |
|
zaging, bladgoud |
| |
|
|
| |
Joanne Verweij |
lijnets, aquatint |
| |
|
|
| |
|
___________________________________________________ |
| |
|
|
| |
bron |
Gustav Schwab: Griekse en Romeinse sagen |
| |
|
|
| |
papier |
etspapier : Hahenemühle 210 gr |
| |
|
transparant: Schoellerhammer 90 gr |
| |
|
|
| |
lettertype |
Times New Roman |
| |
|
|
| |
tekstbewerking |
Yvonne Riphagen |
| |
|
|
| |
voorblad |
Jan Naezer |
| |
|
|
| |
© 2011, cursus
etsen Atelier Jan Naezer, Den Haag |
|
| |
|
naar boven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|